Klokkenstoel

De kleine dorpskerk heeft vrij zeker nooit een klokkentoren gehad. De toch voor een dorp onmisbare klok heeft waarschijnlijk altijd naast of voor de kerk in een klokkenstoel gehangen. Door de klok te luiden kon men elkaar bereiken wanneer er een belangrijke gebeurtenis plaatsvond, maar ook luidde men de klok drie keer per dag om de tijd aan te geven.

Het betreft een hoge klokkenstoel met een zadeldak welke gedekt is met leien en versierd met mooie details in de topgeveltjes: makelaars en dakranden.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de uit 1670 daterende klok verwijderd door de bezetter om te worden omgesmolten tot wapens.

In 1950 is daarom een nieuwe klok in de klokkenstoel gehangen. Op deze klok, door Van Bergen uit Heiligerlee gegoten, is het volgende gedicht aangebracht :

“Myn wente stiet in Loaijingea
Myn lûd heard Snits oant Goaijingea
Ik loovje hjir mei myn gebrom
It Fryske lân fol ear en rom
Ik rop ta wurk, ik rop ta rêst
En hâld it leauen oan God fest.”

De vertaling van dit Friese gedicht luidt als volgt:

Mijn huis staat in Loënga
Mijn geluid hoort men van Sneek tot Goënga

Ik luid hier met mijn gebrom
Het Friese land vol eer en roem
Ik roep op tot werk, ik roep op tot rust
En houd het geloof in God vast.

In het begin van de jaren tachtig in de vorige eeuw is de klokkenstoel volledig gerestaureerd waarna er op 14 mei 1983 een feestelijke onthulling plaatsvond.

Met uitzondering van zondag wordt de klok dagelijks tweemaal geluid, om 12.00 uur en om 16.00 uur.

Wanneer een dorpsbewoner komt te overlijden wordt hij de dag na bekendmaking een half uur lang beluid. Dit vindt om negen uur ’s ochtends plaats.